Going back…

De herfst komt eraan, het wordt frisser en meer regenachtig en we willen het slechte weer voor zijn.
We begeven ons dus verder naar het Zuiden, opnieuw meer de bewoonde wereld in. Qua route kiezen we ervoor om richting Oslo te rijden, maar die grote stad te vermijden en opnieuw Zweden in te duiken in de richting van Karlstad.
Als afscheid brengen we nog een aantal dagen door in het bos bij Arvika waarna we de terugkeer aanvatten.

Ondertussen zijn we een aantal dagen thuis met 9400 kilometer extra op de teller en de ervaring dat kamperen met de wagen perfect doenbaar is, om niet te zeggen heel plezant.
De volgende keer zouden we natuurlijk een aantal zaken verbeteren of anders aanpakken, maar het was een positieve ervaring en we genoten van de autonomie die de wagen ons gaf.

Ondertussen merken we dat het “echte” leven natuurlijk ook niet heeft stilgestaan, en het komt versneld op ons af. Het betekent af en toe diep ademhalen en even in ons haar krabben. We missen de wilde natuur en het vrijere leven al volop.. de administratie is ondertussen bijna afgerond, de zoektocht naar werk hervat en we beginnen na te denken over waar we onze volgende stek willen maken. Genoeg stof voor de komende 6 tot 12 maanden dus.

Noord Noorwegen

Eenmaal op Noordkaap zit er niets anders op dan 180 graden te keren en opnieuw zuidwaarts te trekken. Svalbard zullen we voor een andere keer moeten laten 🙂

Het uiterste noorden van Noorwegen is ruig en doet ons heel sterk aan Ijsland denken, maar dan met iedere paar kilometer een kudde rendieren. We vinden het er fantastisch, ondanks de bewolkte hemel.
De eerste grote stad die we weer aandoen is Tromsø, waar we het geluk hebben om de fantastisch mooie lichtshow van het Noorderlicht mee te maken. Wat een spektakel ! We stonden er met open mond naar te kijken. Dit lijkt me een goed fenomeen om aan verslaafd te worden. Sylvia experimenteert er duchtig op los met de camera.

Wat verder duiken we de Lofoten in, het is een heel mooie regio, maar door het slechte weer moeten we ons beperken tot een blitzbezoek van 2 dagen. Dit is ook echt een heel gekende toeristische bestemming, je struikelt er bijna over de motorhomes.

We rijden verder en verder en verder en komen tot de conclusie dat Noorwegen reusachtig is. Voeg daar nog bij dat de meeste wegen niet denderend zijn door spoorvorming en de vele bochten, alsook dat de maximum snelheid om de haverklap naar 60 km/u teruggebracht wordt en je begrijpt dat dit een echte “road trip” is.

Noorwegen is ook echt een peperdure bestemming. Verrassend duur bij momenten. De dieseltank 3/4 vullen kost je 70 euro, 3+ euro voor een fles frisdrank in de supermarkt. Jonge kaas aan 22 euro per kilo en even langs bij de hamburgertent kost je makkelijk 30 euro. Om een museum te bezoeken ben je blij dat je met 15 euro per persoon wegkomt. Het tikt allemaal heel snel aan en vormt een complete tegenpool voor Indonesie.

De dalende temperaturen zorgen er ondertussen voor dat we het gas wat langer ingedrukt houden en we dalen versneld af naar het zuiden. Dat is natuurlijk logisch en te verwachten als je besluit na het seizoen te reizen. We kamperen ergens tussen Trondheim en Oslo en zakken beetje bij beetje verder af.

Nordkapp

Surprise ! Onze blog heet niet zonder reden “Wherever the wind takes us”. Wel, na een 31 uur durende vlucht vanuit het verre oosten waaide de wind uit het zuiden en blies ons noordwaarts.

Als 2 gediplomeerde “clochards” hebben we onze auto opgehaald en zijn we richting het noorden getrokken. Gezien de extreem hoge kost van logies in het noorden, zijn de achterbanken vakkundig gedemonteerd om er een horizontaal slaapplatform van te maken en zijn wij dus het kleinste logeerplekje tussen de motorhomes, caravans en ander gemotoriseerd slaaptuig.

Het is benepen en soms wat frisjes, maar who cares, zijn we na 4226 kilometer op Nordkapp geraakt !

Gezien we niet verder noordwaarts kunnen, zakken we nu dus maar naar het zuiden af langs de kust van Noorwegen, maar geen beloftes waar we zullen stoppen…

Yogyakarta, Prambanan en Borobudur

We vertrekken om 3 uur ‘s ochtends naar Denpasar met de taxi en na het bochtenwerk die de nodige misselijkheid veroorzaakt, komen we ruim op tijd aan om onze bagage in te checken voor de vlucht naar Yogyakarta. Eenmaal daar aangekomen is het heel gemakkelijk en goedkoop om met de bus in het centrum te komen.
We blijven er een weekje hangen in een heel knap hotel, een extraatje voor de verjaardag van Sylvia, inclusief uitgebreid ontbijtbuffet en ligbad.

We struinen wat rond in het stadje en genieten van het vakantiegevoel dat er heerst na Idul Fitri (het suikerfeest). Ook de winkelstraten en -centra, de backpackerwijk, de andere bezienswaardigheden zoals het paleis van de sultan en het waterpaleis staan op het menu. We smullen ook van de junkfood die we voor het eerst terugvinden in Indonesie zoals bij Mc Donald’s en de Pizza hut.

De lokale vogelmarkt bezoekt Sylvia met de becak (nog het best te vergelijken met een riksja) en we bezoeken met de lokale bussen Prambanan (hindutempel) en Borobudur (boeddhistische tempel). Beide tempelcomplexen zijn een bezoek waard maar met de ingangsprijzen die er gevraagd worden vinden we het toch jammer dat we geen locals zijn, het verschil is nogal groot. Op beide tempels kan je gemakkelijk een halve dag spenderen.

De uitdaging in dit deel van Azie (met onze vorige reis van 5 maanden door dit deel van het continent) zit er een beetje op en we zoeken een waardig alternatief voor het vervolg van onze reis. Bloed, zweet en tranen heeft het ons gekost maar we hebben het gevonden! Meer kan je daarover lezen in onze volgende blogpost.

Centraal- en Noord-Bali

We trekken even de bergen in, op zoek naar wat rijstvelden, botanische tuinen en tempels.

Een eerste nacht brengen we door in Candi Kuning, waar er een grote botanische tuin ligt en waar mensen je iedere 12 meter aardbeien aanbieden. Het dorpje is niet echt ingesteld op bezoekers die er de nacht doorbrengen, en dat merk je aan de belabberde accomodatie en de motivatie waarmee je de enkele losmens ingesleurd wordt. We bezoeken er de botanische tuin tijdens het weekend. Veel Indonesiërs hebben hetzelfde idee, het blijkt een populaire plek om een namiddag door te brengen. De tuin zelf is groot, met een aantal interessante planten in collecties, maar is al bij al weinig inspirerend.
De aardbeien zijn ook niet zo denderend dus we beslissen na 1 nacht al verder te trekken.

Munduk is niet zo eenvoudig te bereiken met het openbaar vervoer, iets wat we al meer gemerkt hebben in Bali. Mensen vertellen ons dat de bemo’s voornamelijk nog gebruikt worden door schoolkinderen en dat iedereen gewoon met de scooter rijdt. Je kan natuurlijk om 4.30 ‘s ochtends wel nog een bemo nemen die naar de markt gaat, maar zo gemotiveerd zijn we ook weer niet. Na een korte rit met een bemo naar de voet van de berg, stappen we dus maar elk achteraan op een ojek (scooter) om de berg over te geraken. Best spannend want de hellingen zijn niet mis, gelukkig werken de remmen goed.

Munduk zelf is mooi gelegen maar heel lawaaierig door het verkeer. Niet dat er zoveel verkeer is, maar uitlaten zijn optioneel en dat “klettert” nogal.
Hier huren we zelf een scooter om een stukje terug te rijden en de rijstterrassen van Jatiluwih te bezoeken, alsook een tempel waar we niet geraakt zijn in Candi Kuning. Een favoriete toeristische attractie zijn exotische dieren in een “mini-zoo” langs de weg, dus krijgen we zo ook leguanen, vleerhonden en pythons te zien.
In Munduk hebben we ook genoten van de traditionele desserts die in de meeste plekjes geserveerd worden en voor het eerst de kans op een Balinees ontbijt ipv de klassieke overbakken toast of pannekoek met banaan.

Het plan is opgevat om door te reizen naar Yogyakarta in Java, met een tussenstop in Lovina. De tussenstop in Lovina wordt 2 weken tussenstop in Lovina, simpelweg door het fantastische hotel en de laid-back atmosfeer in het badplaatsje. We komen er op een aantal plekjes terecht waar de meeste toeristen nooit komen, onder andere een lokaal hanengevecht.

Na wat uitzoeken blijkt de trip van Lovina naar Yogyakarta over land te bestaan uit 20 uur met de karaokebus of een 3-tal dagen overstappen van de ene trein naar de andere. Gecombineerd met het einde van de Ramadan, wat ook in Indonesie betekent dat iedereen op reis gaat en de treinen en bussen dus volgeboekt zijn beslissen we om te vliegen van Denpasar naar Yogyakarta. Het betekent dat we om 3 uur moeten vertrekken om op tijd te zijn voor de vlucht, maar misschien is dat nog beter dan de 10 kilometer file die er stond om op de ferry te komen.

Stilletjes aan beginnen we ook na te denken over de volgende etappes. Die blijken ook niet eenvoudig. Het regenseizoen gooit nog stevig roet in het eten in Myanmar en het is nog winter in Nieuw-Zeeland. Misschien doen we wel iets heel gek in de plaats 🙂

Ubud

We verbleven een weekje in Ubud in Centraal-Bali. In de regio vind je voornamelijk rijstvelden en een aantal mooie tempels.
Ubud is veelbezocht en heeft een grote groep expats die hier het jaar rond leven. Er is ook een grote selectie aan allerhande winkels en restaurantjes. Het is een stadje dat het goed doet onder de gezondheidsvolgers, de rauw-voedsel-kauwende veganisten en de Eat-Pray-Love adepten. Er zijn ook een aantal yoga centra te vinden en voldoende wierook, etherische olieen en “alternatieve behandelingen” te koop om iedereen braaf en bedwelmd te houden.

Af en toe krijgen we hier een stevige regenbui te verwerken. Het is duidelijk waarom de omgeving hier zo groen is.
‘s avonds stikt de lucht van zelfgemaakte vliegers. Er zijn er tientallen en het is heel aangenaam om ze te zien boven de met palmbomen doorspekte rijstvelden.

We zijn hier een aantal dagen langer gebleven dan gepland, voornamelijk om Sylvia te laten herstellen van een virale infectie. Nog niet verdwenen, maar het ziet er al wat beter uit. Op zo’n moment is het goed om in comfortabele logies te kunnen verblijven en een clinic met dokters die engels spreken bij de hand te hebben. Langdurig reizen is nu eenmaal niet iedere dag het paradijs.

We zijn van plan ons trage tempo waarbij we maar enkele plaatsen bezoeken nog even aan te houden. Morgen trekken we een uurtje noordwaarts naar de regio van Bedugul, om wat meren en rijstvelden te gaan bekijken. Nadien zijn we van plan om richting Yogjakarta op Java te trekken.

Lombok & Gili Air

Na een goede maar benepen vlucht van Japan naar Indonesie zijn we goed aangekomen in Lombok.
We namen 4 dagen de tijd om de stranden van Kuta en Sengiggi te bezoeken waarna we overstaken naar het eilandje Gili Air.

Dit is echt een paradijsje op aarde.
De tropische temperaturen, zandstranden, palmbomen en azuurblauwe zee voldoen aan het stereotype.
Er zijn voldoende goede logies te vinden, hier en daar nog een pareltje voor een goede prijs, maar enkel voor de bezoeker die de moeite doet om goed te zoeken.
Toffe restaurantjes met lekker eten ook.

Maar wat de Gili’s toch echt uniek maakt is dat er geen gemotoriseerd vervoer op de eilanden is. Er zijn fietsen en paard en kar. Voor de rest doe je gewoon alles te voet.
We zijn hier net geen 10 dagen blijven hangen, en hebben genoten van de tropische beach-holiday.

Morgen trekken we verder naar Ubud in Centraal-Bali, in de hoop dat het er niet te extreem druk is en dat we er wat foto’s kunnen maken.

De restjes Japan

Gezien we redelijk snel konden reizen in Japan, en weinig stadjes de moeite waren om lang te blijven hangen zijn we verder zuidwaarts doorgestoten dan initieel gedacht en dus een aantal extra steden bezocht.

Okayama blijft vooral in het geheugen hangen voor de lekkere sushi die we gegeten hebben, maar ook voor een van de toptuinen van Japan.
Hiroshima is natuurlijk gekend voor de verschrikkingen van de atoombom die hier opgegooid werd. Het museum zelf vonden we beperkt interessant, en buiten de dome die als monument bewaard wordt ben je gewoon in een grote en moderne Japanse stad.

Nara heeft een aantal indrukwekkende tempels, die met recht tot het lijstje van werelderfgoed gerekend mogen worden. Verder loopt het vol met damherten, die vooral geinteresseerd zijn in de “hertenkoekjes” die je hier kan kopen om ze te voederen. Eenmaal ze die opmerken ben je een gewild doelwit. Het plezantste is natuurlijk de schreeuwende Japanners die op de loop gaan voor de onverwachte assertiviteit van de herten.

Op naar Kyoto, waar we 5 nachten verblijven in een heel comfortabel hotel. Gelukkig maar, want Thierry heeft last van een ontsteking aan de grote teen en kan amper wandelen, en Sylvia mag dus alleen op stap. Gelukkig blijkt de zorg voldoende om zonder ontsteking richting Indonesie te trekken, waar de hygiene iets minder bevorderlijk is voor dat soort grapjes.
Sylvia gaat zich helemaal te buiten aan fotograferen en het nabijgelegen sushi-treintje.

Nog 1 nacht voor we wegvliegen uit Japan. Initieel voorzien voor Osaka, maken we toch de last-minute beslissing om terug naar Nara te gaan. Dat blijkt een goeie zet, we kunnen een plezante dag vullen en botsen zelfs op het “Nara Oktoberfest”, inclusief optredens van Bavariaanse bands. De Japanners gaan zich, ietwat tegen hun natuur in, compleet te buiten aan het bier en de polonaise.

Japan was heel anders dan verwacht, maar we hebben er toch sterk van genoten. We zullen zeker het comfort en het gemak van reizen hier nog missen.

Japan met de railpass

De voorbij 2 weken hebben we veelvuldig gebruik gemaakt van onze railpass. Die maakt het heel makkelijk om Japan te doorkruisen.

Na de Hakone regio zijn we naar het noorden getrokken, met verschillende tussenstops in Nikko, Ichinoseki, Hiraizumi en zo verder tot in Hakodate.
Nikko staat op het werelderfgoed lijstje en heeft een aantal heel mooie tempels. Ichinoseki heeft zelf weinig te bieden, maar maakte het makkelijk (en goedkoper) om Hiraizumi te bezoeken. Hakodate liet ons toe om heel eventjes te proeven van wat de noordelijke provincie Hokkaido te bieden heeft (heel wat). Gezien Hokkaido moeilijker te bereizen valt met openbaar vervoer, hebben we besloten om niet verder de provincie in te duiken.

Op de terugweg naar het zuiden bleven we eventjes in Hirosaki en Hamamatsu hangen, om daarna het eiland dwars door te steken via Nagoya, Matsumoto en Takayama tot in Kanazawa waar we tot morgen zijn.

De provinciale stadjes zijn best leuk vertoeven (zeker Matsumoto kon ons bekoren). Sommige van de meer toeristische bestemmingen zoals Takayama konden ons minder warm maken.

Japan blijft ons een dubbel gevoel bezorgen. Een goede voorbereiding om het land door te reizen is cruciaal, gezien de Japanners nogal lyrisch zijn over hun bezienswaardigheden. In realiteit stellen ze niet altijd heel veel voor en zijn ze van die aard dat enkel academici en de eigen lokale overheid er warm van wordt. Een passie voor een bepaald onderwerp (tuinen, tempels, kastelen, …) kan helpen om de bestemmingen uit te kiezen. Gelukkig is het heel makkelijk rond te reizen en kan je snel van de ene naar de andere plek treinen.

Op dit moment worden heel wat bezienswaardigheden gerestaureerd. In Japan neemt men dat serieus op, er wordt een “tijdelijke” structuur gebouwd rond de bezienswaardigheid, daarna wordt die tot op het bot gedemonteerd en daarna van nul weer opgebouwd of herbouwd met nieuwe materialen. Soms zijn de restauratiewerkzaamheden zelf te bezoeken, wat in bepaalde gevallen interessanter is dan de bezienswaardigheid zelf.
Heel weinig van de kastelen of tempels zijn nog origineel, daarvoor heeft WW2 en de eigen overheid teveel roet in het eten gegooid. In de 19e eeuw heerste bij voorbeeld het idee dat alles wat oud is slecht is, en alles wat nieuw is goed is, dus werden 95% van de kastelen afgebroken met als gevolg dat er maar een 12-tal ‘originelen’ meer bestaan.

Een andere ervaring die vreemd aanvoelt is dat werkelijk iedereen hier in zijn smartphone leeft. Tijdens het eten, het wandelen, op het openbaar vervoer, de ogen blijven constant gericht op het zwarte schermpje. Het voelt wat vreemd aan, maar ik vermoed dat dit ons gewoon een glimp op de toekomst geeft. Persoonlijk vinden we het geen verbetering, hoewel je met die mensen natuurlijk ook geen last hebt :-).
Het gevoel benadert nog het dichtste de leefwereld geschetst in de serie ‘Black Mirror’ van Charlie Brooker.

Het eten in Japan is heerlijk en goedkoop. Honger kan je hier onmogelijk lijden. Van verse sushi in de supermarkt, stalletjes met noedels, lekkere bakkerijen tot dure restaurants met specialiteiten, hier vind je voor elk budget een lekkernij. We zullen moeten opletten dat de weegschaal niet de verkeerde richting uitgaat.

De komende dagen reizen we verder naar Hiroshima, Okayama, Nara, Kyoto en Osaka.

Tokyo en Hakone

Na een korte tussenstop in België vliegen we richting Japan met Qatar Airways. De vluchten, in totaal 15.5 uur, zijn goed meegevallen en we krijgen zelfs lekker eten voorgeschoteld. We komen vlotjes door de douane en stappen op de trein richting de wijk Asakusa waar we 5 dagen verblijven.

Onze eerste indruk van Tokyo is die van een rustige stad, zeker voor zijn omvang. Het helpt natuurlijk ook dat het zaterdagavond is, maar al bij al is de indruk gebleven. De Japanners zijn vriendelijk, hoffelijk en gedragen zich over het algemeen heel rustig, ook een beetje schuchter. Je merkt dat je in een strak georchestreerde samenleving binnenstapt.

Iedere wijk die we in Tokyo bezoeken, en dat zijn er wel een aantal, heeft een heel aparte ‘vibe’. Gaande van een rustig Asakusa, naar de vreemdheid van Akihabara en de verschillende business districten. Overal vinden we iets dat de moeite is, van mooie tuinen tot lekkere noedelsoep. Je kan hier gerust je ganse vakantie doorbrengen.

Hierna vertrekken we voor 2 dagen naar de toeristische regio Hakone. Die ligt ongeveer anderhalf uur ten zuidwesten van Tokyo. De regio is bergachtig, en de bergen zijn voornamelijk begroeid met loofbossen, het is er prachtig.
Hakone is het meest bekend als uitvalsbasis voor een zicht op Mount Fuji. Hier merken we dat hoewel er veel toerisme is in Japan, die toch voor 99.5% gericht is op Japanners. Als Europeaan ben je hier echt in de minderheid. Sporadisch durft een scholier te vragen om een foto of een gepensioneerde waar we vandaan komen.

Alles is tot in de puntjes georganiseerd en je kan een bezoek aan de regio dus nog het beste vergelijken met een bezoek aan een reusachtig pretpark. Je wordt netjes van de bus naar het treintje, de kabelbaan en de boot geleid. Als je een wandelingetje kan doen naar een bezienswaardigheid of uitzichtpunt staan er overal pijltjes en is de weg minimaal afgebakend, maar meestal is er gewoon een houten vlonderpad aangelegd waar iedereen netjes overheen stapt. Het komt bij niemand op om ook maar 40 meter verder ook eens te gaan zien. De regio is prachtig en heel populair, maar we missen een beetje de spontaniteit en het gevoel iets te ervaren.

Loading...
X